Screenshot van het mondelinge interview uit 2023 met prof. dr. Peggy Cohen-Kettenis (Archive for Dutch Behavioral History / Maanvis YouTube channel).

Inspecting Gender

Gepubliceerd op 13 juli 2026
door Hermes Postma
Origineel: Inspecting GenderPeggy Cohen-Kettenis: The Dutch Architect of a Global Medical Scandal

Van Utrecht naar de wereld: hoe een psycholoog een zorgmodel omtoverde tot zelfdestructief medisch consumentisme.

Hoewel John Money al lange tijd symbool staat voor de tekortkomingen van de genderideologie, is een veel directere en invloedrijkere figuur opvallend genoeg buiten de schijnwerpers gebleven: Peggy Cohen-Kettenis. Zij was de centrale Nederlandse bouwmeester die stap voor stap de basis legde voor wat uiteindelijk een internationaal medisch schandaal werd.

Peggy’s carrière begon onder Louis Gooren, de VU-professor die transseksualiteit agressief medicaliseerde en een van haar belangrijkste vroege mentoren was. In 1991 verscheen het boek van haar promovendus Kuiper, waarin de vroege studies van Cohen-Kettenis en Kuiper over transitiezorg werden beschreven. Onder 105 mannen waren er 11 sterfgevallen (en kort daarna werd een twaalfde sterfgeval in de krant gemeld). Toch werd de zorg als gunstig voorgesteld. De meeste patiënten gaven aan tevreden te zijn, dus: succes. Dit terwijl een groot deel van de groep (ongeveer 70%) niet meer te traceren was – een klassieke manier om slechte resultaten te verbergen. De groep die niet reageerde bestond voornamelijk uit mannen die een geslachtsveranderende operatie hadden ondergaan, terwijl de meeste vrouwen nog intacte geslachtsorganen hadden.

Dit patroon kenmerkt haar hele carrière. Zelfs in haar vroege vervolgonderzoeken (eind jaren tachtig) presenteerde ze de resultaten positief, terwijl de harde feiten (hoge sterfte, beperkte follow-up) een veel somberder beeld schetsten. Positieve zelfrapportage woog steevast zwaarder dan objectieve uitkomsten zoals overlijden.

De Utrechtse Schaal (UGDS)

Het kreeg echt momentum in 1995 met een ogenschijnlijk eenvoudig instrument: de Utrecht Gender Dysphoria Scale (UGDS). Cohen-Kettenis presenteerde deze korte vragenlijst als een betrouwbaar psychometrisch instrument. De items zijn schokkend: “Ik haat menstrueren omdat ik me daardoor een meisje voel”, “Ik wil me seksueel gedragen als een meisje”, “Ik haat plassen terwijl ik sta” en zelfs “Het zou beter zijn om niet te leven dan om als een jongen te leven”.

In de praktijk verving deze lijst een correcte differentiële diagnose. Comorbiditeiten zoals autisme, trauma, depressie en onzekerheid ten gevolge van homoseksualiteit werden steeds vaker afgedaan als ‘minderheidsstress’. De hetero-anamnese en second opinions raakten op de achtergrond. Wie de juiste antwoorden gaf, kreeg snel groen licht voor medische behandeling. Elke patiënt scoorde automatisch positief. Zelfgerapporteerde ‘genderidentiteit’ werd de doorslaggevende factor, in plaats van een zorgvuldige psychiatrische beoordeling.

Het Nederlandse protocol wordt geëxporteerd

Vanaf dat moment lag de weg vrij voor het volgende grote project. De kliniek in Utrecht verhuisde naar Amsterdam, waar Cohen-Kettenis het Nederlandse Protocol ontwikkelde: puberteitsremmers vanaf Tanner-stadium 2, gevolgd door geslachtshormonen en een operatie. Ze presenteerde het als “omkeerbaar” en een manier om “tijd te winnen voor onderzoek”. Voor de meeste jongeren bleek het echter eenrichtingsverkeer te zijn. In de eerste grote studie naar dit protocol (de Vries et al., 2011) werden de eerste 70 jongeren die puberteitsremmers kregen gevolgd. Opvallend: slechts één persoon bleek heteroseksueel te zijn. Dit is precies het patroon dat al lang bekend is bij genderdysforie met een vroege aanvang – veel van deze kinderen zouden waarschijnlijk homo of lesbisch zijn geworden zonder medische interventie. Het mechanisme dat homoseksualiteit wegtransformeert, is in deze cohort onmogelijk te negeren.

Haar invloed beperkte zich niet tot Nederland. Ze was co-auteur van de richtlijnen van de Endocrine Society uit 2009 en 2017, meerdere versies van de WPATH Standards of Care (SOC 5, 6 en 7) en beïnvloedde de WHO ICD-11 . Via dit netwerk exporteerde ze het Nederlandse model wereldwijd. In eigen land speelde ze slim in op het systeem: ze presenteerde de internationale consensus als een onafhankelijke, unanieme waarheid – ook al was ze zelf een van de belangrijkste auteurs van die richtlijnen. Op deze manier werden de NZa, IGJ en het Ministerie van Volksgezondheid in een kring van zelfbevestiging betrokken.

Het hoogtepunt van haar institutionele macht bereikte ze met de DSM-5 . Als voorzitter van de subwerkgroep Genderidentiteitsstoornissen was Cohen-Kettenis mede verantwoordelijk voor de verschuiving van Genderidentiteitsstoornis naar Genderdysforie. Wat voorheen een stoornis was, werd herschreven als een natuurlijke identiteit. Dit opende de weg voor een explosieve toename van verwijzingen, met name onder tienermeisjes.

De ideologische rode draad bleef door alles heen zichtbaar. In een interview uit 2023 vertelt ze nog steeds vol trots hoe John Money haar “de dapperste persoon in de zaal” noemde na de eerste gevallen rond puberteitsremmers. Twintig jaar nadat Money was ontmaskerd als kindermisbruiker en fraudeur, prees ze hem als “de grote seksuoloog”.

Het uur van de rekening

Onlangs heeft de Amerikaanse FTC (juni 2026), samen met verschillende staten, een omvangrijke klacht ingediend tegen WPATH. Daarin wordt expliciet gewezen op de Nederlandse oorsprong: de Utrechtse kliniek van Cohen-Kettenis en haar baas Louis Gooren. Het Nederlandse protocol wordt beschreven als de basis van het hele bouwwerk – gebouwd op één enkele casestudie, gefinancierd door de farmaceutische industrie en zonder gedegen langetermijnonderzoek. De klacht beschuldigt WPATH van systematische misleiding met betrekking tot omkeerbaarheid, zelfmoordpreventie en wetenschappelijke onderbouwing.

De cirkel is rond. Van een vragenlijst in Utrecht naar internationale richtlijnen, en uiteindelijk naar rechtszaken in Amerika. In Nederland zelf blijft kritiek opvallend afwezig en Cohen-Kettenis blijft buiten de schijnwerpers.

Het is tijd dat Peggy Cohen-Kettenis de volledige verantwoordelijkheid neemt voor de tienduizenden jongeren die, via haar model, een medisch traject zijn ingeslagen met vaak onomkeerbare gevolgen. Geen ontkenning of ontwijking meer. Alleen openheid, onafhankelijk onderzoek en een fundamentele koerswijziging.

Share This