De Morgen

Enkele ouders van pubers die in transitie gingen trekken aan de alarmbel. Met hun verhalen willen ze waarschuwen dat de zorg voor kinderen in een genderkliniek niet altijd even zorgvuldig gebeurt. ‘De psycholoog wilde haar depressie niet behandelen. Hij was er enkel om het gendertraject te begeleiden.’

“M. was een vrolijk, slim kind”, vertelt haar vader. “Maar als tiener kreeg ze het mentaal erg moeilijk. Ze gleed weg in een zware depressie en begon zichzelf te verminken. We hebben haar verschillende keren naar de psychiatrische spoedopname van het UZ Gent gebracht. Ze is ook een paar keer gedwongen opgenomen.

“Het leek uitzichtloos, wij zijn soms wanhopig geweest, maar hebben altijd alles gedaan om onze dochter te helpen. Tot en met een consultatie bij de genderkliniek in Gent. Wat daar gebeurde, is zo hallucinant dat we het nog altijd niet kunnen geloven.”

Een depressief, suïcidaal kind, dat zichzelf verminkt en al vaak op de spoed is beland, stuurt die man naar de operatietafel.

Roger getuigt anoniem, in eigen naam, zoals alle ouders dat hier doen, in het belang van hun kinderen. Zij doen hun verhaal om anderen te waarschuwen. Ook de initialen van hun kinderen zijn veranderd, zodat niemand hen kan herkennen.
M., met wie contact vandaag onmogelijk is, ging verschillende keren op consultatie bij een psycholoog in de genderkliniek van het UZ Gent. “Toen ze 18 was, vertelde ze ons dat ze eindelijk wist waarom ze zich al jaren niet goed voelde: ze voelde zich een jongen.

“Wij begrepen dat niet, maar waren bereid om eens te gaan praten met een gespecialiseerde psycholoog. Wij dachten dat die serieus zou onderzoeken wat er scheelde met ons kind, of ze wel echt genderdysforie had. Want M. is slim, maar ze zit op het autismespectrum en is niet op elk vlak sterk ontwikkeld: emotioneel heeft ze maar een leeftijd van een 4-jarige. Voor ons, en voor de hulpverleners die haar begeleid hebben, is zij eigenlijk minderjarig.

“Toen we aanklopten in de genderkliniek had ze een lange lijdensweg achter de rug. Ze zat toen in een euthanasietraject, omdat ze haar depressie als uitzichtloos beschouwde.”

Aan het UZ Gent had M. verschillende gesprekken bij de psycholoog. Roger maakte zich weinig zorgen. “Maar ondertussen hebben we vernomen dat M. tijdens de consultaties twee keer van gedachten is veranderd over haar genderdysforie”, zegt Roger.

“Toch ging men finaal mee in haar verhaal en werden we naar een winkeltje gestuurd waar je binders kunt kopen: om je borsten wat platter te drukken. Men heeft eigenlijk nooit met ons overlegd en men heeft volgens mij nooit haar hele dossier gelezen. Ik neem het mijzelf kwalijk dat we zo naïef waren en alles lieten gebeuren. Toen M. op gesprek moest bij de psychiater, ging het helemaal fout.”

Sneltempo

De psycholoog had Roger gerustgesteld: bij de psychiater zou niets bijzonders gebeuren, het was een verkennend gesprek. “Maar dat bleek niet waar”, zegt Roger. “Na één gesprek bij de psychiater kreeg M. een doorverwijzing naar de chirurg om haar borsten te laten amputeren.

Ze focusten meteen op de transitie. Ik herinner mij nog dat de psycholoog me zei dat we voor de behandeling van depressie maar elders moesten aankloppen.

“Een depressief, suïcidaal kind, dat zichzelf verminkt en al vaak op de spoed is beland, stuurt die man naar de operatietafel. Terwijl hij het dossier van mijn kind, zeker met die spoedopnames, heel goed had moeten kennen. Dat is onbegrijpelijk.”

Bij de chirurg werd de verbijstering van Roger en zijn vrouw nog groter. “Hij had het dossier duidelijk niet gelezen en toonde niet de vereiste voorzichtigheid. Hij sloeg zijn agenda meteen open en zei: ‘Kijk, dat treft, ik heb volgende week nog een plekje vrij voor een operatie.’ Wij waren compleet sprakeloos.”

De operatie ging door, vertelt Roger. Maar er kwam geen beterschap, in geen enkel opzicht. “M. zakte alleen maar dieper weg. Mijn kind heeft nu geen borsten meer, maar hoe tragisch het ook klinkt: dat is niet eens mijn grootste zorg. M. is permanent opgenomen en leeft in isolatie.

“Voor haar is dat een veilige situatie, op deze manier kan ze nog het beste van haar leven maken. Een paar keer per dag mag ze met een begeleider haar kamer even verlaten. Een keer per maand komt ze een middag naar huis. Van het UZ Gent kregen we nog een brief met de melding dat ze geen verdere medische stappen zullen zetten. M. komt niet in aanmerking voor hormonen.”

Roger heeft lang gezwegen. “Maar nu ben ik kwaad op de artsen in de genderkliniek”, zegt hij. “Ik heb het er moeilijk mee dat ik nooit een klacht heb ingediend tegen die psychiater. Nu wil ik andere ouders waarschuwen. Wij denken dat die genderdysforie bij M. vooral werd aangewakkerd omdat ze veel tijd op sociale media doorbracht.”

Ook bij J., de dochter van Monique, ging het om een plotse onthulling. J. was 16 toen ze haar moeder vertelde dat ze in transitie wilde. “Ze had er nooit eerder iets over gezegd. Het verraste mij enorm, omdat ze als kind altijd juist graag met poppen speelde”, vertelt Monique.

“Maar ik reageerde niet negatief, ik heb gezegd dat ik samen met haar meer informatie zou opzoeken over zo’n transitie. Ik wilde tijd kopen, afwachten. Maar ze kreeg problemen op school en werd zeer depressief. Toen heb ik contact gezocht met de genderkliniek van het UZ Gent.”

Daar schrikt ook Monique van de snelheid waarmee de psycholoog meegaat in het verhaal van J. “Hij somde meteen alle stappen en mogelijkheden op, het leek alsof we op het autosalon waren en een catalogus met opties aangeboden kregen.

“Toch ging ik er toen nog van uit dat het genderteam mijn dochter grondig zou onderzoeken, om na te gaan of er echt sprake was van genderdysforie. Ik was er gerust in dat men zou inzien dat de depressie eerst moest worden behandeld. J. zit op het autismespectrum, dus ik dacht dat men ook daarmee rekening zou houden.”

Dat gebeurde niet, zegt Monique. “Ze focusten meteen op de transitie. Ik herinner mij nog dat de psycholoog me zei dat we voor de behandeling van depressie maar elders moesten aankloppen. Hij was er alleen om het gendertraject te begeleiden.”

Extra gesprekken

J. kwam van de psycholoog snel bij de endocrinoloog, waar moeder zich weer niet gehoord voelde. “Toen ik uitleg vroeg over de procedure en consequenties, reageerde de endocrinoloog erg kortaf: ‘Uw vragen zijn voor de psycholoog, wij voeren maar uit wat men ons vraagt.’

Waarom probeert men niet eerst en vooral om jongeren te leren omgaan met hun lichaam en hun andere mentale problemen?

“Ik heb dan nog een extra gesprek gevraagd bij een andere psycholoog, die meer begrip had. Maar ik voelde dat men mij toch vooral scheef bekeek, alsof ik een transfobe moeder was, die niet het beste wil voor haar kind.”

Vandaag neemt J., 18 jaar oud, sinds een jaar testosteron. “Maar mijn kind kampt nog altijd met depressie”, zegt Monique. “Ik begrijp niet dat het voor psychologen in de genderkliniek voor adolescenten geen optie is om die jongeren eerst op te volgen voor autisme of te behandelen voor depressie of zelfmoordgedachten.

“Je zou denken dat iemand die op haar 17de voor het eerst genderdysforie ervaart, niet meteen in transitie mag. Waarom probeert men niet eerst en vooral om jongeren te leren omgaan met hun lichaam en hun andere mentale problemen?”

Roger en Monique zijn niet de enige ouders die bij ons getuigden. Wij kennen onder meer nog het verhaal van twee andere ouderparen die zich vragen stellen over het pad dat hun respectieve dochters kozen. Bij een van hen is de transitie achter de rug en is het contact met het kind verbroken.

De andere ouders proberen hun kind te overtuigen dat ze eerst haar andere problemen – alweer: depressie, zelfverminking, autisme – moet aanpakken, bij een gewone psychiater voor ze naar de genderkliniek gaat.

Even wachten

Ook uit Wallonië bereikte ons een getuigenis, over de genderkliniek van het universitaire ziekenhuis in Luik. De ingrediënten waren identiek aan die van de eerdere verhalen. De moeder van L., een kind met zware mentale problemen, kreeg uit het niets te horen dat haar dochter een jongen wil worden.

Bij een eerste afspraak in Luik ging de psycholoog meteen mee in het verhaal van de dochter: zij sprak haar aan als ‘le jeune X’, als jongen dus, tot verbijstering van de moeder. Haar dochter was zwaar depressief, deed aan zelfverminking en leed aan een eetstoornis. Daar sloeg de psycholoog volgens de moeder geen acht op.

“Vandaag is onze dochter L. 19 jaar”, zegt Véronique. “Ze doet het uitstekend aan de universiteit, heeft haar mentale problemen onder controle dankzij de hulp van een psychiater. Ik heb haar kunnen overtuigen om te wachten met een nieuwe consultatie in Luik.

“L. is slim en weet dat je hersenen pas volgroeid zijn als je 25 bent. Ze zal tot dan wachten, alvorens een beslissing te nemen. Daar ben ik blij om, want in Luik zou ze nu al in een medisch traject zitten. En ik wil niet dat ze dingen ondergaat waar ze later spijt van krijgt.”

WEDERWOORD
‘Aan elke stap gaan verschillende lange gesprekken vooraf’

De psychiater over wie de vader van M. zegt dat hij haar na één gesprek doorverwees voor een borstamputatie, wil en kan naar eigen zeggen niet reageren. Wij respecteren hier vanzelfsprekend zijn anonimiteit.

De psycholoog die in Luik de dochter van Véronique al bij de begroeting aansprak als een jongen, reageert wel. Ze wil over deze individuele zaak niets zeggen, maar wil wel de principes uitleggen die ze hanteert bij haar werk.

Ze begrijpt de ongerustheid van ouders, maar zegt dat het gebruik van de door het kind gewenste aanspreekvorm een “niet-stigmatiserend klimaat” creëert, wat het kind toelaat zich vrij uit te drukken, zonder dat het een impact heeft op de finale keuze die gemaakt zal worden.

Dat het gewenste gender van het kind meteen wordt bevestigd, betekent volgens haar niet dat het traject onomkeerbaar is. Alle comorbiditeiten, zoals depressie en zelfverminking, worden mee geanalyseerd. Het doel is niet: een transitie. Maar wel: het kind helpen.

De woordvoerder van het CHU Liège, het universitaire ziekenhuis in Luik, wil niet reageren.

Guy T’Sjoen, endocrinoloog en medisch coördinator van het Centrum voor seksuologie en gender aan het UZ Gent, reageert wel. Over deze verhalen, waarvan hij erg geschrokken is, kan hij geen uitspraak doen. Maar zijn team staat open voor een gesprek met de betrokken ouders.

De twee pijlers van de aanpak van 17- tot 23-jarigen beschrijft hij als “tijd nemen en de context betrekken”. “Aan elke stap in het zorgtraject gaan verschillende lange gesprekken vooraf. (…) Alle mentale gezondheidsproblemen die een negatieve impact zouden kunnen geven op genderaffirmerende behandelingen dienen grondig gekend, geëvalueerd of (in de mate van het mogelijke) behandeld te zijn, voor er een beslissing valt naar een medische stap.” De aanpak is interdisciplinair.

“Onze aanpak krijgt kritische vragen”, schrijft T’Sjoen. “Voor de een zijn we te voorzichtig. Trans personen hebben er alle baat bij om hun behandeling zo vroeg mogelijk op te starten. (…) Voor de ander zijn we niet voorzichtig genoeg, omdat het tenslotte gaat om jongvolwassen hulpvragers. Het is en blijft een moeilijke evenwichtsoefening die we zoveel mogelijk objectiveren op basis van wetenschappelijke data.”

Ouders die zich niet gehoord voelen of een klacht willen indienen, kunnen zich, zegt T’Sjoen, altijd wenden tot de ombudsdienst. De voorbije vijf jaar waren er gemiddeld twee klachten per jaar. “Dat is uitzonderlijk weinig voor de meer dan 1.100 lopende trajecten in ons Centrum.” (JDC)

Share This